|
Gortdroog nummer van Liter / Chroom Digitaal Weblog 4 april 2002 20 april 2002. Saai, vrienden, is in de ogen van de beschouwer. Ik dacht dat deze Liter een mooie balans vond tussen gezongen vertier en uitgewalst gedachtengoed, al lag, toegegeven, de nadruk wat meer op het tweede. Maar het is een heel goed blad. En ik lees het van kaft tot kaft. 16 april 2002. Het is een misvatting van Bert Hofman dat de christelijke literatuur vrijwel op een dood spoor zit. Dat gold wel voor de periode waarin hij redacteur van Woordwerk was, de jaren tachtig, maar niet voor de jaren negentig. In de jaren negentig is aantoonbaar meer kwalitatief christelijk proza geschreven dan in de jaren tachtig. Als je de titels van enig belang op een rijtje zet, kom je tot minstens een verdubbeling, misschien zelfs tot een verdrievoudiging. Met name vanaf 1995 verschenen per jaar zo'n vier titels die in meerdere of in mindere mate de moeite waard waren. Ik kan hier onmogelijk een heel overzicht geven van het christelijke proza in de jaren tachtig en negentig, maar namen als die van Louis Krüger, Vonne van der Meer, Elsbeth Klein, Ronald Westerbeek en Pieter Nouwen zeggen mijns inziens voldoende. En zou het werk van Dalene Matthee of de roman 'Overwinteren' van Gert-Jan Segers niet voldoen aan Hofmans criterium dat een christelijk literair werk "midden in de frisse wind van de wereld (dient) te staan"? Is het overigens geen verrijking voor het christelijke literaire erf gebleken dat nu ook mensen als Hans Ester, Gerda van de Haar, Robert Lemm en Willem Jan Otten hun inbreng hebben? Die kwaliteitsimpuls was in de steenachtige jaren tachtig niet te voorzien! Maar sowieso geldt: jammeren over het peil of de richting helpt niets. We moeten wachten en uitkijken naar mooie en goede boeken en geduldig zijn. En wat de literaire kritiek betreft: zij moet zich met ernst en vlijt wijden aan de literatuur, of die nu christelijk is of niet. Wie eigenlijk alleen maar een mooi boek wil lezen dat zijn eigen mening bevestigt, is de naam van criticus niet waard. Voor literatuurkritiek vanuit een christelijk levensbesef is een blad als Liter onmisbaar. 15 april 2002. Volgens een van mijn favoriete dichters, Thomas Stearns Eliot, moet poëzie intellectueel zijn, al heeft hij daar nooit mee bedoeld dat ze ontoegankelijk moet worden. Met de poëzie in Liter is op zich niets mis. Soms lijkt zich alleen, naar Russisch muzikaal voorbeeld, een Machtig Hoopje te vormen van bekende namen. Daar kun je tegenin brengen dat er dan meer ingezonden zou moeten worden en dat is inderdaad een punt. Zelf ben ik tot op heden geen instuurder. Voor mij is dat een gevoelskwestie. Refererend aan het genoemde Machtige Hoopje ervaar ik een aarzeling, een drempel. Dit terwijl ik in Bloknoot en Woordwerk wel met gedichten vertegenwoordigd was. Liter zou meer "werkplaats" moeten worden. Nu loopt Liter het gevaar een kring te worden waarin het experiment te weinig kans krijgt. Niet dat ikzelf altijd zo experimenteel wil zijn, maar toch, het vormt altijd een onderdeel van het literair proces. Liter zie ik liever voor me als bruisende beek dan als de zoveelste liter stilstaand water. Wat de essays betreft is het intellectuele echt norm en dat kan soms niet anders, dat geef ik toe en daar houd ik ook wel van, maar een mens kan doorslaan. Als veelgebruiker op muzikaal gebied heb ik zeer genoten van het stuk over de religieuze Stravinsky. De conclusies uit dat artikel leefden ook bij mij, na de biografieën die ik vroeger al over deze componist gelezen had. Als "Dylan-kenner" genoot ik ook van het citaat waarmee het gedicht van Henk Knol begon. Over religie en popmuziek valt nog veel meer te vertellen dan Sierksma in zijn artikel deed. (Ondergetekende is, anders dan Maarten 't Hart, behept met zowel een grote aandacht voor de betere popmuziek als voor klassieke muziek. Zie mijn bespreking van diens Bach-boek.) Conclusie: Als Liter de ramen wat meer open zou gooien, zou het een voortreffelijk tijdschrift kunnen worden. Nu dreigt er het gevaar van schrijvers/samenstellers die hun eigen doelgroep worden. Nu helt Liter wat te veel over naar iedereen die gestudeerd heeft. Jammer verder dat er weinig concurrentie is. De Woordwerk/Bloknoot-tijd had zo zijn voordelen en charmes. Eenheid in verscheidenheid kan erg inspirerend zijn. 11 april 2002. Op zijn website leverde Bert van Weenen een opmerkelijk commentaar op Liter 20. Liter zou een tijdschrift voor academici en studenten zijn. Daarnaast publiceert het veel te weinig levende literatuur in de vorm van verhalen en gedichten en vindt hij het verschrikkelijk saai. De laatste argumenten vormen nu precies de reden waarom ik Liter eind vorig jaar, na lang aarzelen overigens, heb opgezegd. Er is niets mis met neerlandici, zelf reken ik me ook tot deze beroepsgroep, integendeel, hun werk levert een belangrijke bijdrage tot de duiding van literair werk. Maar als hun bescheiden bijdrage de ruimte gaat domineren, is er iets fundamenteel mis met wat een literair tijdschrift bedoelt te zijn. Voor essays en geschiedenis alleen is zo'n blad een veel te ruim slobberpak. Als hun werk op de plaats komt te staan waar gedichten en verhalen hadden moeten figureren, is het dringend nodig het contact met het geleefde (als christelijk herkenbaar) leven te herstellen, en dan graag nog weer eens met nieuwe namen. De gebeurtenissen van de laatste tijd, ik hoef alleen maar aan 11 september 2001 te herinneren, geven daar alle reden toe. Anno 2002 zitten we blijkbaar weer midden in het beruchte manco waar de Jong Protestanten in de vorige eeuw ook al zo mee te kampen hadden. Christelijke literatuur van nu bevindt zich, zo al niet op dood spoor een tijdschrift met een redactie die van wanten weet laat zich geduldig tot in lengte van dagen continueren dan toch wel op een schrale, steenachtige weg, die niet toelaat dat de wortels breed en diep in de aarde doordringen om rijke vruchten te kunnen voeden, als ik het zo eens met een variant op de bekende gelijkenis mag zeggen. Christelijke literatuur ontbeert maar al te vaak een levend, primair scheppend elan. Is ze er toch niet weer aan toe midden in de frisse wind van de wereld te staan, op de tocht desnoods, in het open veld? Ik zou haast gaan denken dat dit een voorwaarde is voor het opnieuw ontstaan van een levenskrachtige, christelijke literatuur. Of redden we dat niet meer met de kwaliteit van ons "omheind" geloof? Daarvoor is dan wel nodig dat de christelijke literatuur zich eindelijk weet te bevrijden uit de wurggreep van de autonomie, waarmee Verlichting en Romantiek haar in bedwang hebben weten te houden. Christenen moeten bouwen aan een levensbeschouwelijk geïmprimeerde letterkunde die, met de woorden van Lisa Kuitert, de "verliteratuurde literatuur" van zich heeft weten af te schudden. 10 april 2002. Christelijke literatuur en saai; die twee zijn in mijn optiek wel vaker met elkaar verbonden, maar inderdaad: Liter spant de kroon. Ik doe mijn best, ik ben student en toch ook echt wel geïnteresseerd, maar ik kom er meestal niet doorheen. Toch heeft het blad naar verluidt best een hoge oplage (relatief gezien dan). Ik gun het ze van harte tof dat een christelijk blad over kunst het goed doet maar vraag me tegelijkertijd af of er ook daadwerkelijk iemand is die het voor elkaar krijgt alles van a tot z te lezen. Een beetje verjonging zou inderdaad geen kwaad kunnen de meest interessante bijdragen komen wat mij betreft steevast van de jongere schrijvers. 9 april 2002. Ik denk dat Bert van Weenen te streng is: er zijn veel lieden die van een degelijk stukje houden, zeker als dat, zoals in deze Liter, met goed leesbare, scherpe en onderhoudende poëzie wordt afgewisseld. |