Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Onnadrukkelijk christelijk

Over 'Kaj' (1998) van Ronald Westerbeek

Chroom Digitaal Proza, september 2000

door Tjerk de Reus

Voor het eerst in haar geschiedenis presenteert het Christelijk Lektuur Contact (CLK) tijdens de boekenweek een literair alternatief boekenweekgeschenk. Eerder al leverden Bert Hofman en Joke Verweerd een actieboek voor het CLK, maar hun werk maakte terecht geen aanspraak op het predikaat "literair". Mance ter Andere's novelle 'De rand van het heelal' kon wel gekwalificeerd worden als literair, maar dit actieboek werd om verschillende redenen door het CLK afgewezen. Deze gemiste kans uit 1995 wordt nu in 1998 goedgemaakt met de novelle van Ronald Westerbeek, getiteld 'Kaj', die duidelijk literaire kwaliteiten bevat. 'Kaj' is verkrijgbaar tijdens de boekenweek voor fl. 3,95.

Literair

Iets "literair" noemen kan heel elitair klinken. Daarom: wat maakt 'Kaj' nu zoveel beter dan bijvoorbeeld Joke Verweerds of Bert Hofmans boeken? Het belangrijkste is dat Westerbeeks boekje christelijk is op een onvoorspelbare manier. Zijn verhaal kun je niet, na er enige tijd in gelezen te hebben, in gedachten al "afmaken". Een "traditionele", herkenbare bekering treffen we niet in deze novelle aan, terwijl het boekje wel van a tot z om bekering draait. Met andere woorden: Westerbeeks novelle verrást, de novelle beantwoordt niet aan verwachtingspatronen. Dat houdt natuurlijk ook in dat je als lezer nog het nodige denkwerk te doen hebt als het boekje uit is. Dát is nu kwaliteit. Kan een literair werk zijn lezer serieuzer nemen dan door hem tot nadenken aan te zetten?

Woestijn

Westerbeek plaatst zijn verhaal in de woestijn van West-Afrika. De hoofdpersoon van het verhaal, de Nederlander Kaj, is met zijn Deux-Chevaux op reis dwars door de woestijn. Dan treft hem een zandstorm en dat is het begin van de novelle: "Dan opeens begint het zand te bewegen. Het begint te zweven, te wervelen, te dansen. Er ontstaat een dunne mist van stof, die enkelhoog over het oppervlak spoelt.(...) Plotseling ontstaat een enorme donderwolk van zand, die omhoog wervelt en wervelt, hoger klimt en steeds sneller voortsnelt over de vlakte. Dichterbij komt. Raast. En dan is er alleen nog zand, overal zand." Kaj wordt gevonden door Berbers, die in de buurt wonen, in de nederzetting Merzouga. In een vaak beeldende stijl brengt Westerbeek het woestijnbestaan van deze Berbers tot leven. De dorre woestenij is de grote bepalende factor in hun bestaan. Maar tussen de regels door wordt duidelijk dat de woestijn ook een metaforische functie heeft. Het mensenleven is als een woestijn. In de loop van het verhaal laat Westerbeek het verband tussen Kaj's leven en de doodse werkelijkheid van de woestijn steeds duidelijker oplichten.

Levensverhaal

In Merzouga komt Kaj in contact met een jonge man, Mustapha, en via hem met anderen. Aanvankelijk stelt Kaj zich terughoudend op. Hij wil liefst zo spoedig mogelijk weer vertrekken, maar dat is niet mogelijk. Ondanks zijn aanvankelijke terughoudendheid wordt het contact met Mustapha en ook met de bevriende dichter Rasoul dieper. In de loop van enkele avonden vertelt Kaj zijn levensverhaal. Kaj blijkt iemand te zijn die altijd tegen anderen moest opboksen. Vaak was hij bijvoorbeeld de mindere van zijn broer Huib. Dat heeft hem in de loop der jaren een diep ingevreten gevoel van minderwaardigheid gegeven. Op godsdienstig vlak heeft dit grote consequenties: Kaj's broer Huib is een serieuze, vrome jongen. Kaj niet. Hij raakt los van zijn godsdienstige opvoeding, vooral in zijn studententijd. Al snel maakt hij deel uit van een popgroep als hij als student op kamers woont. Hij buit het leven uit met de band en met zijn vrienden, maar zijn bestaan stelt hem tegelijkertijd teleur. Niet in de zin van: toch maar terug naar het warme christelijke nest. Kaj kán geen andere kant op, hij is gebonden aan zijn bestaan, maar hij ervaart wel de tekorten ervan en de schreeuwende leegte van het leven zonder God.

Jaloezie en moord

In de gesprekken met Mustapha en Rasoul wordt duidelijk dat het leven als een woestijn is. "Er is geen liefde meer" is een uitspraak die geregeld terugkeert. Maar ook typeert Kaj het leven waaraan hij deelnam als leeg, eenzaam en doelloos. In allerlei herinneringen komen deze kwalificaties terug. Als er tijdens Kaj's verblijf in Merzouga een Fransman in de woestijn sterft, weet Kaj: "Dit is de hel (...) En ik heb hem zelf opgezocht." Kaj vertelt Rasoul en Mustapha ook over zijn onbeantwoorde liefde voor Tamara en van zijn jaloezie jegens de succesvolle Huib. Deze jaloezie heeft geleid tot moord. Kaj vermoordde zijn broer en is nu op de vlucht. Dan, tegen het einde van de novelle, komt er een telegram voor Kaj: het is een bericht van zijn dood gewaande broer Huib. Hij zegt Kaj te willen ontmoeten. En nu? Kaj slaat op de vlucht. Hij repareert in allerijl zijn Eend en rijdt de woestijn in op zoek naar de grens met Algerije. Maar al na drie uur rijden krijgt hij een ongeluk met de Eend, zodat hij niet verder kan. Dat is het einde van de novelle: Kaj is alleen in de meedogenloze woestijn: "De lucht trilt. De zwarte heuvels in de verte zweven boven de vlakte. Een rotsformatie komt los van het zand, verheft zich, smelt dan weer vast aan de aarde."

Christelijk geloof

Zo'n slot is natuurlijk heel open. Wat zal er gaan gebeuren? Zal Kaj gevonden worden, misschien door zijn broer die zich op een paar uur afstand van Merzouga bevindt en doortastend genoeg is om snel een zoekactie te organiseren? Maar wat belangrijker is: komt Kaj nu op de knieën? In de zin van: is hij nu definitief met zijn neus op de feiten gedrukt? Erkent hij nu dat het leven los van God een woestijn is waarin je omkomt? Kan hij nu accepteren dat hij nooit Tamara tot vrouw zal hebben? Westerbeek doet geen poging om binnen de roman het christelijk geloof een positieve, centrale rol te geven. Het christelijke geloof bevindt zich juist in de marge: bij zijn ouders, bij zijn broer Huib. Daar komt bij dat het christelijke geloof tot de lezer komt door de vervormende, negatieve bril van Kaj. Daardoor is Huib een wat belachelijke persoonlijkheid, wat overigens weerlegd wordt als hij in levende lijve het verhaal binnenkomt op de laatste bladzijden van de novelle.

God

Het christelijke belijden doet er dus voornamelijk het zwijgen toe in 'Kaj'. Toch krijgt het geloof inhoud door de gesprekken over zingeving en eenzaamheid met zijn vrienden van de band en door de gesprekken over de Islam en over Allah met de Berbers. Het christelijke geloof krijgt in deze novelle dus gestalte "vanuit het negatieve". De God van de bijbel krijgt waarde en relevantie door Westerbeeks tekening van de tekorten van het moderne levensbesef en de radicale eenzaamheid die daarbij hoort. Met de band zingt hij songs over het zoeken naar een levensbestemming en hij praat met een wanhopig lid van de band over de vraag: wie ben ik? "'Ik ben mezelf kwijt,' fluisterde ze ontzet. 'Ik ging naar buiten om tot mezelf te komen, maar wie ben ik?' Het ergste was dat ik haar geen antwoord kon geven."

Verlossing

Ook de gedachte uit de Koran dat God een ontoegankelijke heerser is met wie geen contact mogelijk is, tekent vanuit het negatieve de God van de bijbel. Gods afwezigheid en Zijn ontoegankelijkheid worden door Kaj als pijnlijk ervaren. Bij de aanblik van de woestijn prijzen de moslims Allah, de maker van alles, maar Kaj denkt: "Hij lijkt zo afwezig (...) Onaantastbaar en zonder liefde. Is God liefde?" De lege en doodse ruimte van de woestijn wekt in Kaj het besef van Blaise Pascal: "De eeuwige stilte van de oneindige ruimten vervult me met huiver". Maar daarbij blijft het uiteindelijk niet: deze leegte zet in de novelle een omgekeerde beweging in gang. De leegte, de eenzaamheid, de schuld en Gods afwezigheid "roepen juist om God". Het gemis vraagt om vervulling, in de ellende tast Kaj naar verlossing. Dat is de worsteling die onderhuids plaatsvindt in Westerbeeks novelle.

Stijlvolle novelle

Westerbeek heeft zijn novelle doordacht in elkaar gezet. Hij wisselt behendig met decors en zijn stijl is vaak filmisch. Nogal eens verrast hij de lezer met knappe staaltjes van beschrijving: een zandstorm, een zonsopgang, een joelende zaal mensen in de ban van Kaj's band. De beeldende stijl maakt de lectuur aangenaam. Er is veel reden om blij te zijn met deze nieuwe novelle. Het is een goed geschreven verhaal, het is eigentijds, het is door en door christelijk op een onnadrukkelijke, originele manier. Daarbij komt dat deze novelle aan het begin staat van Westerbeeks schrijverschap. 'Kaj' wekt verwachtingen ten aanzien van zijn auteur.


Eerder gepubliceerd in Koers, maart 1998

ronald westerbeek: kaj

Boekencentrum, Zoetermeer 1998, ISBN 90-239-1863-3


Meer informatie op deze website:

Externe links:

Overige bronnen:

  • interview door Henk van IJken in HN 2 mei 1998
  • interview door Hans Westland in Schrijven maart 1998
  • recensie door Peter van Dijk in Bij de Tijd maart 1998
  • artikel over CLK-actieboek in AD 9 maart 1998
  • recensie door Peter Sierksma in Trouw 7 maart 1998, aangevuld met een interview met Dirk Zwart over 'Kaj'
  • recensie door Douwe de Vries in FD 7 maart 1998
  • nieuwsbericht door Edwin Krijgsman in VN 21 februari 1998
  • artikel door Enny de Bruijn in RD 29 augustus 1997

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
HN = Hervormd Nederland
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
VN = Vrij Nederland

Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie.


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur