|
|
![]() |
| Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken |
|
Het dunne koord van geloofwaardigheidOver 'Gods terrarium' (1999) van Ronald WesterbeekChroom Digitaal Proza, september 2000 door Tjerk de Reus 'Gods terrarium' van Ronald Westerbeek is een intrigerende verhalenbundel. Het bevat vijf verhalen, waarvan er sommige een behoorlijke omvang hebben. Zonder uitzondering laten de verhalen zich vlot lezen. Drie van de vijf verhalen hebben thriller-elementen in zich, maar ook in de overige twee voert Westerbeek zonodig de spanning op. De verhalen uit 'Gods terrarium' zijn door hun opbouw en door de vertelwijze steeds onderhoudend, de spanning verslapt nergens en de thematiek is rijk en breed. EenheidDe verhalen zijn ook uitdagend; met name de drie laatste verhalen blijken in veel opzichten met elkaar te zijn verweven. Bij eerste lectuur irriteerde het me even dat er op zeker moment alwéér een groene BMW langs kwam rijden; later bleek dat het in de twee betreffende verhalen om dezelfde criminele bende gaat, waarvan de leider zo'n type auto bezit. Maar het is niet alleen leuk of treffend dat de verhalen verweven zijn; Westerbeek maakt listig gebruik van deze mogelijkheid om vanuit meerdere invalshoeken zijn thematiek te belichten. Zo worden de verschillende verhalen aaneen gesmeed, wat tot gevolg heeft dat je steeds terug wilt bladeren om na te kijken 'hoe het ook alweer ging'. Westerbeek is er in geslaagd om de verhalen door deze uiterlijke en thematische verbondenheid een krachtige eenheid te laten vormen. NegerDe achterflap leert dat een "terrarium" een "bak met aarde" is, "waarin men reptielen houdt om die gade te slaan". Als Westerbeek aan zijn bundel de titel 'Gods terrarium' meegeeft, dan weet je dat de verhalen religieuze tendensen zullen vertonen. Van belang is de titeluitleg die Westerbeek geeft in het tweede verhaal, 'Camille'. Iemand vertelt daar een bizar verhaal over een neger die in middenin het oerwoud een terrarium had gebouwd. Hij hield daarin krokodillen, slangen, hagedissen en andere reptielen. Hij hield van de dieren, maar zij niet van hem: ze stoven weg in het struikgewas als hij ze vanaf een loopbrug wilde voederen. Op een dag liep deze neger het terrarium in om de reptielen te laten zien wie hun verzorger is. Maar toen werd hij door de dieren gegrepen en verscheurd. Toen de dieren vervolgens geen eten meer kregen, begonnen ze elkaar te verslinden. BijbelsMet dit korte verhaal stelt Westerbeek zijn hele boek in een religieus perspectief. De betekenis van het bovenstaande reptielenverhaal zal niemand ontgaan. Westerbeek geeft zijn kijk op het menselijke bestaan kernachtig weer: God houdt van mensen, zorgt voor hen. Daar tegenover staat de mens, die beangst is voor zijn Schepper en Hem zelfs in zijn Zoon van het leven beroofde. Die spanningsvolle verhouding tussen de goede God en de gebroken en weerbarstige schepping, is niet alleen voluit bijbels, het stelt Westerbeek ook in staat om recht te doen aan de gebrokenheid en aan teleurstellingen die aan het menselijk inherent lijken te zijn. CultuurVoortbordurend op deze klassieke christelijke thema's schepping, zondeval komt ook de verlossing in beeld. Westerbeek laat de gedachte van verzoening en verlossing tot uiting komen in het vinden van houvast en rust, in het doen de juiste keuze, maar ook door een onverwachte redding uit doodsgevaar. Onder Westerbeeks regie wordt in 'Gods terrarium' een gesprek gevoerd tussen de hedendaagse cultuur en het christelijk geloof. Ik zeg met opzet niet: Westerbeek voert als christen een gesprek met de huidige cultuur. Want zo simpel ligt het niet; een christen neemt bewust of onbewust deel aan de cultuur van zijn tijd. De moeite die je kunt hebben met aspecten van die moderne cultuur, heeft betrekking op, of beter: komt voort uit een strijd met jezelf. IdealenZo is er in het slotverhaal een man van in de veertig, die zijn koers in het leven gevonden heeft. Als twintiger zocht hij naar een soort eeuwigheidservaring, naar een intensiteit van leven die hem de ultieme zinervaring zou verschaffen. Maar deze hang naar totaliteit heeft plaats gemaakt voor een stuk rust met zijn bestaan. Toch woelt in hem nog steeds die hang naar het grootste, naar de hoge dromen en de verheven idealen, naar een overstijging van zijn ietwat burgerlijke bestaan. Toch houdt zijn geloof hem uiteindelijk "aan de grond" en Westerbeek maakt duidelijk dat dat nu juist de christelijk roeping is. De man bidt op de laatste bladzijde: "Ik ben afkomstig van de aarde, denk ik door mijn tranen heen, ik spreek de taal van de aarde. Ik buig me over de rotsige bodem en in de taal van de aarde bid ik tot de Aanwezige. De golven beuken tegen de rotswand onder me, maar mijn woorden gaan niet verloren. De kaap lijkt te schudden onder het geweld, zo gaat het hier al eeuwen. Een handvol rust, bid ik hardop, is beter dan beide vuisten vol zwoegen en najagen van wind. Die van boven komt, is boven allen. Mijn ziel, keer u stil tot Hem." BedachtDe moeilijkheid voor een christelijk schrijver als Westerbeek, is de vertolking van het positieve. Wanneer is de christelijke hoop of de zekerheid van het geloof op een geloofwaardige wijze present in het verhaal? Ik zou zeggen: alleen dan wanneer dat alles "als vanzelf" voortkomt uit de vertelling. Vonne van der Meer slaagde daar in haar roman 'Eilandgasten' uitmuntend in. Bij Westerbeek hapert het soms. Het verhaaltje over de neger en zijn terrarium bijvoorbeeld, dat ik hierboven aanhaalde, is niet alleen wat bizar, het is ook wat geconstrueerd. Westerbeek heeft dit verhaal bedacht om een dogmatisch uitgangspunt op te kunnen nemen. Dat mag dan wel relevant en wezenlijk zijn, maar het is gezien de vertelling met haren erbij gesleept. Hier overheerst "de gedachte", terwijl een vertelling het moet hebben van zijn beeldende kracht en zijn innerlijke dynamiek. Jezus redtZo is er ook het verhaal 'Sainte Croix-aux-Mines', waarin Westerbeek een personage de naam 'Jos' heeft gegeven. Deze Jos redt zijn broer op onverwachte wijze en brengt hem weer terug tot zijn vader. Al snel wordt duidelijk dat deze Jos "staat voor" Jezus (Joshua, Jozua); ook Jos wordt om het leven gebracht en blijkt later weer te leven! Op zo'n moment reikt Westerbeek zijn lezers een sleutel aan, om van buitenaf het verhaal te "openen". Maar het zou juist "van binnenuit" duidelijk moeten worden dat Jos de redder is. Dan zou het verhaal zélf ons de gedachte aanreiken, dat Jezus redt. Nu is het mij allemaal wat teveel van buiten opgelegd. GeloofwaardigheidHet is natuurlijk balanceren op het dunne koord van de gelofwaardigheid, als je een positief christelijk geluid wilt laten horen. Westerbeek gaat dat waagstuk aan en die inzet valt alleen maar te prijzen. Er zijn momenten in zijn boek waar hij van het koord glijdt, maar ook momenten waar het goed gaat en overtuigend is. Bijvoorbeeld als er een discussie gevoerd wordt over kapitalistische vrijheid tegenover de onvrijheid van het communisme. Terloops brengt Westerbeek daar de notie van "trouw" naar voren, wat tot een nieuw perspectief leidt. Het is boeiend dat Westerbeek in dit boek de knechting door het communisme confronteert met de huidige vrijheid in het Oostblok. Onder het juk van Moskou ontstonden er dromen en idealen, die in de vrijheid van na 1989 terrein verloren. De grote geld lijkt alles in zijn greep te krijgen. In de verhalen wordt duidelijk dat uit de wisselwerking tussen opkomend kapitalisme en kwijnende idealen een grote leegte is ontstaan. Er is een hang naar ervaring, omdat men de koers en zelfs de indetiteit is kwijtgeraakt. TerrariumWesterbeek zet zijn personages in de branding van deze eigentijdse vragen, om zichtbaar te maken waar het wezenlijk om gaat. Door alles heen slingert zich een dunne draad van geloof en verwachting. Het terrarium van ons menselijk bestaan is tenslotte Gods terrarium. |
|
Eerder gepubliceerd in CV/Koers december 1999
Boekencentrum, Zoetermeer 1999, ISBN 90-239-9007-2 Meer informatie op deze website: Externe links:
Overige bronnen:
CW = Centraal Weekblad Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie. |
|
|
|
Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur |