Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Toch een beetje buiten adem

Over 'Buiten adem' (2001) van Harmen Wind

Chroom Digitaal Poëzie, februari 2001

door Tjerk de Reus

Harmen Wind dichtte al vaak over zijn vader. In 'Symbolen en cimbalen', een recente bloemlezing van "de beste" gedichten uit de christelijke traditie van de twintigste eeuw, is een mooi vers van Harmen Wind opgenomen dat aan de dagelijkse bijbellezing van zijn vader herinnert: "Dag in dag uit nam hij het woord, / mijn vader. Gedragen en kalm / gaf hij zijn adem aan een psalm, / zoals dat na de maaltijd hoort. [...]".

Die vaderfiguur is erg belangrijk in Winds poëzie. Contrasten en spanningen komen samen in deze persoon die voor het leven van de ik-figuur van grote betekenis was. Wind roept soms een sfeer van vertrouwdheid en geborgenheid op, zoals in 'Visitate Dei', een gedicht uit zijn eerste gedichtenbundel uit 1986: "Nooit kwam God nader / dan op de knie van mijn vader, / wanneer wij niet over Hem praatten, / maar zo'n beetje zaten / te wachten tot Hij kwam."

Vaderfiguur

Maar tegelijk is de vaderfiguur dreigend en beklemmend. Dat tekent zich op meerdere terreinen af, maar vooral betreft het de godsdienstige opvoeding en het geloof dat de vader voorstaat en voorschrijft. Het gebed aan tafel herinnert Wind zich als een reeks kille wachtwoorden: "IJskoud het heil, onverbiddelijk / de wachtwoorden: scharlaken, / delging, zoenbloed, schuld. / Alle daden geboeid, elk zicht / verkeken." In 'Buiten adem', Winds nieuwe gedichtenbundel, zijn opnieuw diverse gedichten over de vader opgenomen. Een voorbeeld is 'Toets', waarin de vader "toetst" of zijn zoon de "waarheid" – de bijbelse of gereformeerde waarheid – wel goed bewaart. Kennelijk zit daar een frictie, want ook in andere gedichten van Wind wordt daarop gezinspeeld. Het genoemde gedicht over het bijbellezen van vader, relativeert ook direct de draagkracht van de woorden en de houdbaarheid van het geloof. De vastheid was immers zijn vastheid: de waarheid was "een weg, veilig genoeg om er te / wandelen, zolang mijn vader las."

Maar het geloof van vader – en van moeder, die in veel gedichten figureert – is niet het geloof van de zoon. De zoon heeft eerder het besef zoekend en tastend zijn weg te gaan; zonder de stellige zekerheid van vader. Gevolg van deze tastende levenshouding van de zoon is, hoe dan ook, het schrijven van poëzie. Dichten is bij Wind zoeken, het is proberen je positie te bepalen in het leven, je realiseren wat er gaande is en al doende, al schrijvend pogen houvast te vinden.

Wind definieerde zijn dichterlijk handwerk ooit zo: "Kunst: het simpele besef / dat wat beweegt verloren gaat". In zo'n formulering zit niet eens een kiem van verzet; in Winds poëzie heeft het eerlijke en vaak mistroostige besef van de "condition humaine" voorrang op verzachting van welke aard dan ook.

Clichés

In deze geest publiceerde Wind al heel wat gedichten, verzameld in vijf bundels. Veelal fijnzinnige verzen, knap opgebouwd, rijk en levend. Maar de nieuwe bundel, 'Buiten adem', valt mij tegen. De innemende eenvoud en de lucide raadselachtigheid die het handelsmerk van Wind zijn, blijken slechts hier en daar sfeerbepalend. De meeste verzen hebben na de tweede lezing hun verrassing al verloren of blijken gebouwd op een bekend stramien.

Neem het gedicht 'Excelsior', waarin de ik-figuur klimt, hoger en hoger, totdat hij zich realiseert dat vallen van grote hoogte dodelijk kan zijn: "Zolang ik klom en op mijn klimmen lette, / hoe ik me optrok en mijn voeten zette, / kreeg angst geen kans, ik had het veel te druk / om erg te hebben in een ongeluk." Dit zijn slechts de eerste vier regels van het twaalf regels tellende vers, maar het gebrek aan creativiteit valt meteen al op.

Dat geldt ook voor een vers over Kreta, waar Wind al te gemakkelijk met tegenstellende woordparen strooit. Het klassieke puin op dit eiland noemt hij "de grondvesten van afbraak" en "onverwoestbaar vergaan". Bovendien herhaalt Wind ergens in deze bundel de treffende formulering uit 'Waterstaat' (1994): "Jaren des onderscheids / verbonden ons." Dat moet niet, een vondst opnieuw gebruiken.

Het valt op dat de inzet van de verzen gering is; het staat niet veel op het spel. De titel van de bundel, 'Buiten adem', is tamelijk clichématig, maar zou wél de lading dekken als het gaat om Winds eerdere werk. Maar de sfeer en het karakter van de meeste verzen uit deze bundel hebben weinig uit te staan met een hoe dan ook riskante situatie, met iets dat je buiten adem brengt door het doorslaggevende belang ervan. Ik heb er geen zin in om deze conclusie meer gedichtfragmenten te ondersteunen; dat zou een requisitoir worden. Ik vestig liever in positieve zin de aandacht op Winds eerdere werk, bijvoorbeeld op de creatieve en empathische bundel 'Het gesticht' uit 1988, die nu voor weinig geld bij De Slegte verkrijgbaar is.


Eerder verschenen in CV·Koers, februari 2001

harmen wind: buiten adem

De Arbeiderspers, Amsterdam 2001, ISBN 90-295-5631-5


Meer informatie op deze website:

Externe links:

Overige bronnen:

  • recensie door Hein Walter in Roodkoper oktober 2001
  • recensie door Peter de Boer in Trouw 21 maart 2001
  • interview door Jan de Bas in HN 17 februari 2001
  • recensie door Rien van den Berg in ND 16 februari 2001

AD = Algemeen Dagblad
CW = Centraal Weekblad
FD = Friesch Dagblad
HN = Hervormd Nederland
RD = Reformatorisch Dagblad
ND = Nederlands Dagblad
NRC = NRC/Handelsblad
VK = de Volkskrant
VN = Vrij Nederland

Ontbreekt er een recensie? Stuur een e-mail aan de redactie.


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur