Weblog | Proza | Poëzie | Columns | Audio | Zoeken

 

Laatste dagen van een hedonist

Over 'Gifsla' (1983) van Jan Wolkers

Chroom Digitaal Proza, januari 2007

door Bert van Weenen

Als je de brievenroman 'De onverbiddelijke tijd' (1984) even niet meetelt, beëindigde Jan Wolkers in de jaren tachtig zijn jaarlijkse romanproductie met het boek 'Gifsla'. Hoofdpersoon van deze roman is Robert Dilling, een thrillerauteur die zich op de laatste drie dagen van het jaar voorbereidt op de viering van Oud en Nieuw, samen met zijn jonge vriendin Jeanne, zijn dochter Ellen en diens lesbische vriendin Nancy.

Ondertussen werkt Dilling aan zijn nieuwe misdaadroman 'Gifsla', waarin een vogeltjeskijker zich vergrijpt aan het lijk van een voor zijn ogen vermoord meisje, met alle gevolgen vandien. Eventueel zou dat boek ook 'De Zetpil van de Dood' kunnen gaan heten, naar de manier waarop het slachtoffer in Dillings macabere verhaal aan haar einde komt (gifpil in anus). De tweejarige plant gifsla speelt een rol bij het verstoppen van het lijk en bij de uiteindelijke ontknoping. Het verhaal van Wolkers zelf is gelardeerd met lange fragmenten uit Dillings roman in wording. Ter illustratie hieronder een citaat uit het fragment waarin de schuldbewuste natuurvorser het lijk probeert te dumpen in een afgelegen gebied:

"Het gat bleek niet diep genoeg te zijn. Hij probeerde het lichaam weer omhoog te trekken maar er was geen beweging meer in te krijgen. Het leek wel of er diep weg in het verraderlijke laagveen aan haar getrokken werd door iets dat een bovenmenselijke demonische kracht bezat. Badend in het zweet en volkomen uitgeput en tot razernij gebracht door de angst en de spanning begon hij als een waanzinnige met twee voeten tegelijk opspringend, op het hoofd van het meisje te stampen. Hij zag niets meer, hij was verblind door al dat fonkelende groen om hem heen en de laaiende zon erboven. Hij rook alleen de weeë zoetige kadaverlucht die hem leek te willen verstikken. Ineens schoot het lichaam onder hem vandaan de diepte in. Tot aan zijn middel werd hij erachteraan het gat in gezogen."

Enzovoorts. De geest van Edgar Allan Poe is bij deze Rob Dilling nooit ver weg.

Dilling probeert het verhaal over de necrofiele ornitholoog uit op de drie vrouwen in zijn omgeving. Zo vertelt hij het aan het einde van het eerste hoofdstuk aan zijn nieuwe, veel jongere vriendin Jeanne, een meisje dat hij kent uit de plaatselijke supermarkt, als ze in bed liggen te vrijen. Een passage die doet denken aan Gerard Reves trilogie 'De taal der liefde' (1972), 'Lieve jongens' (1973) en 'Het lieve leven' (1974), waarin deze vorm van raamvertelling naar mijn idee veel vakkundiger is gebruikt.

Een roemloos einde

De hoofdpersoon van 'Gifsla' is een volbloed aanhanger van het hedonisme. Alles draait bij hem om lichamelijk genot: lekker eten, rondstruinen door de natuur en seks. Er staat in deze roman opvallend veel geklets over het vrouwelijk geslachtsorgaan, waarvoor de lesbische relatie van Ellen en Nancy een dankbare aanleiding vormt. Woorden als "gulzig" en "kut" komen wel erg veel voor in dit boek. Alsof Jan Wolkers ze hier gebruikt als zijn handelsmerk.

"We gaan rücksichtslos op zelfonderzoek uit. Het ontleedmes diep in het eigen verwende vlees," houdt Rob Dilling zichzelf op oudjaarsavond voor. Maar heel het verhaal geeft aan, dat dit niet meer is dan zelfbedrog van een zelfvoldane schrijver. In de ruim 200 bladzijden die deze roman telt, vind je namelijk nergens een signaal dat deze Dilling zijn leven zal gaan veranderen. En waarom zou hij ook, met al dat luxe voedsel plus een gewillige minnares binnen handbereik?

Hoewel zichzelf doodeten niet zijn doel is, toont Wolkers hoofdfiguur wel veel overeenkomsten met de personages uit de film 'La grande bouffe' (1973) van Marco Ferreri. Volgevreten en met een flinke kater sterft Dilling op 1 januari in bijzijn van zijn dochter aan een hartaanval. Die laatste pagina's zijn de beste van 'Gifsla'; zonder deze sterke epiloog zou het boek als een nachtkaars zijn uitgegaan, want in de drie grote hoofdstukken die eraan voorafgaan ('29 december', '30 december', '31 december'), kabbelt alles veel te rustig voort. Dillings overdreven grappigheid gaat na een pagina of vijftig behoorlijk vervelen, was mijn ervaring. En Ellen, Jeanne en Nancy krijgen te weinig body om hieraan tegenwicht te kunnen bieden; zij blijven alle drie eendimensionale figuren ("flat characters"). Het ontluisterende einde van Dilling is niet echt spannend te noemen, noch macaber of huiveringwekkend. Eerder infantiel en triest. Zoals ook de film van Ferreri na alle uitspattingen op culinair en erotisch gebied toch vooral een katterig gevoel nalaat, omdat zelfs het ultieme genot de pijn van de dood niet kan verzachten.

Matige Wolkers

Lekker eten, lekker vrijen, lekker door de natuur banjeren, dat is het universum van misdaadschrijver Rob Dilling, die blijkens de sinds 2005 verschijnende dagboeken van Jan Wolkers veel gemeen heeft met zijn schepper. De Wolkeriaanse motieven van schransen, natuurbeleving en seks zijn in 'Gifsla' prominent aanwezig, met als minpunt dat Wolkers' taal in dit boek minder fris en swingend is dan in eerdere romans met dezelfde thematiek. Deze roman uit 1983 laat een soortgelijke aanpak zien als 'De doodshoofdvlinder' uit 1979 en 'De perzik van onsterfelijkheid' uit 1980, maar bij die boeken komt alles een stuk beter uit de verf.

'Gifsla' blijkt, ook bij herlezen, een matige Wolkers, nauwelijks spannend, ondanks de context van Dillings eigen huivering-wekkende thrillerverhaal. Dat deze roman pas in 1992 een tweede druk kreeg, als pocket in de serie 'Bibliotheek Thuis', zou er misschien op kunnen wijzen dat meer mensen daar in 1983 zo over dachten.

Leerdam, 2 januari 2007

 


jan wolkers: gifsla

De Bezige Bij, Amsterdam, 2e druk, Bezige Bij Pocket 93,
232 blz., ISBN 90-234-2404-2


Meer informatie op deze website:


Terug naar boven

 

 

 

Chroom Digitaal: online vraagbaak voor religieuze en christelijke literatuur