|
Een visie op hedendaagse
(kerk)muziek
Over 'Kogels in de kerk en andere beschouwingen over (kerk)muziek'
(2006) van Dirk Zwart
Chroom Digitaal Proza, januari 2007
door Alfred Valstar
Vanaf mijn 12e luister ik veel naar muziek. Aanvankelijk alleen
naar pop, maar rond mijn 14e verschoof mijn aandacht flink naar klassiek
(en een beetje jazz). Desondanks is de popmuziek nooit verdwenen, het
luisteren ernaar werd stukken selectiever. Verder leerde ik noten lezen
en had ik een aantal jaren pianoles. Door de jaren heen ben ik ook veel
meer over muziek gaan lezen, zoals biografieën van componisten
en musici, boeken over stromingen, stijlen, popmuziek en dergelijke.
Mijn laatste wapenfeit op dit gebied betreft 'Kogels in de kerk', het
boeiende debuut van de Rotterdamse kerkmusicus en componist Dirk Zwart.
Zoals de volledige titel van het boek al aangeeft, gaat het hier om
een aantal essays en interviews door de schrijver terecht bestempeld
als "beschouwingen", een benaming die beter is dan essays
omdat de persoonlijke visie en beleving van de schrijver in dit geval
belangrijk is. Om maar met de deur in huis te vallen: ik vind 'Kogels
in de kerk' een uitstekende bundel, vooral omdat er geen heilige huisjes
worden gespaard. Het is bovendien, in zijn geheel, een pleidooi voor
goede muziek en voor goede kerkmuziek in het bijzonder. Dit neemt niet
weg dat ik tijdens het lezen ook af en toe wat verwonderd heb opgekeken
en dat ik vraagtekens plaats bij enkele van de observaties die Zwart
ten beste geeft, vooral daar waar het over popmuziek gaat.
McDonald's
Dirk Zwart is een professioneel musicus en componist die niet houdt
van een halve aanpak. Vandaar ook zijn kritiek op de evangelische liedcultuur.
Voor de schrijver is de klassieke kerkmuziek evenals de modernere
zoals die van de componisten rond Huub Oosterhuis te vergelijken
met gezond eten, terwijl de consumptie van een deel van de liederen
uit de Opwekkings-bundel overeenkomt met het eten bij McDonald's. Het
gaat om het verschil tussen kunst en massacultuur. Het is niet zo dat
de opwekkingsliederen categorisch door Zwart worden verguisd, maar een
ietwat kritischer houding in "evangelische" kring zou volgens
de Rotterdamse cantor gepast zijn. De teksten graven minder diep dan
die in het Liedboek en ook de melodieën hebben last van oppervlakkigheid.
Wordt het zingen tot Gods eer dan geen elitaire zaak? Dat zou je kunnen
denken en in dit verband plaatst Zwart een prachtig citaat van Frits
Mehrtens:
"Elitair? Ja, wat anders? De uitverkorene is altijd
de electus. Het gaat er maar om dat men nu eindelijk eens de Schriften
gaat verstaan en niet doorbazelt in versleten christendommelijk bargoens,
dat men gaat begrijpen wat 'uitverkoren' in de thora betekent. En
dat 'uitverkoren worden' ook betekent 'beproefd worden'."
In dit verband toont Dirk Zwart zich kritisch over een televisieprogramma
als 'Nederland Zingt' van de EO, dat hij wel een voldoende geeft voor
de muzikale emotie maar een onvoldoende voor het gebezigde muzikale
niveau. Hij geeft de voorkeur aan 'Songs of Praise' van de BBC, dat
in Nederland door de IKON wordt uitgezonden. Over de kerkmuziekpraktijk
doet de schrijver ook diverse uitspraken. Zo toont hij zich geen tegenstander
van het gebruik van meerdere instrumenten in de eredienst, naast het
orgel. "Hoe meer instrumenten, hoe meer vreugd," is de mening
van de schrijver, mits ze qua akoestiek passen in de betreffende ruimte
en mits er goed gespeeld wordt. Dan kan het werken.
Sprookjes en literaire missers
Ronduit vermakelijk is de beschouwing die deze bundel zijn titel gaf.
Daarin worden sprookjes doorgeprikt die ingang vinden in sommige "evangelische"
kringen (ik heb in dit verband zelfs moeite met gebruik van het bijvoeglijke
naamwoord van evangelie). Dirk Zwart haalt een zekere LaMar Boschman
aan, die dingen uit de Bijbel weet te citeren die Zwart nog nooit in
zijn eigen Bijbel heeft weten terug te vinden:
"Lucifer had tamboerijnen en pijpen ingebouwd
in zijn lichaam en was bij machte deze pijpen of tamboerijnen uitnemend
goed te bespelen. [...] De Bijbel spreekt over pijpen, meervoud, wat
betekent dat er meer waren dan één..."
En zo gaat het verder. Het lijkt erop, dat er mensen zijn die het niet
zo nauw nemen met het geven van een "vals getuigenis". Wanneer
je "valse muziek" wilt ontmaskeren, dan heiligt het doel blijkbaar
de middelen. Deze beschouwing is zeer onthullend en ik ben blij dat
Dirk Zwart hem in zijn boek heeft opgenomen.
In het artikel 'Muzikale missers' komt Dirk Zwart even als neerlandicus
naar voren. Het gaat hier om passages en gedichten waar de schrijvers
muzikale feiten bij elkaar raapten zonder zich te laten hinderen door
de (historische, musicologische en/of muzikale) werkelijkheid. Een klein
voorbeeld hiervan is het boek 'Een onmogelijke liefde' van Rudy Kousbroek.
Kousbroek schrijft over Psalm 13, 'By the Waters of Babylon', wat natuurlijk
Psalm 137 moet zijn. Zwart vraagt zich af: "Maar als zo'n simpel
gegeven al niet klopt, wie zegt mij dan dat andere gegevens, die Kousbroek
mij presenteert op gebieden waarvan mijn kennis minder groot is, wèl
kloppen?" Andere voorbeelden zijn soms ronduit komisch, zodat je
je af gaat vragen hoeveel onderzoek sommige schrijvers eigenlijk doen
voordat ze over een bepaald onderwerp een boom opzetten.
Dikkertje Dap en kerkmuziek
Uiterst interessant is ook het stuk over Paul Christiaan van Westering,
de componist van 'Dikkertje Dap', 'Beertje Pippeloentje', 'Het fluitketeltje'
èn de tegenwoordig vrij algemeen gezongen 'Apostolische Geloofsbelijdenis'.
Zwart gaat in op de samenwerking tussen Van Westering en schrijfster
Annie M.G. Schmidt, die niet zonder problemen was. De componist leek
enthousiaster over de schrijfster dan andersom. Daarnaast gaat Dirk
Zwart als kerk-musicus uiteraard dieper in op de ontstaansgeschiedenis
van Van Westerings 'Apostolische Geloofsbelijdenis', zijn meest gezongen
compositie.
De aandacht voor de kerkmuziek krijgt een vervolg in de interviews
die de schrijver had met twee componisten van moderne kerkmuziek: Antoine
Oomen en Tom Löwenthal, beiden afkomstig uit de kring rond Huub
Oosterhuis. In deze interviews komt ook Bernard Huijbers ter sprake,
die samen met Huub Oosterhuis aan de wieg stond van de kerkmuziekcultuur
die uitgaat van de Amsterdamse Studentenekklesia. Deze kerkmuziek heeft
in Nederland en zelfs daarbuiten grote invloed gehad en is tegenwoordig
zelfs doorgedrongen tot denominaties die er vroeger afwijzend tegenover
stonden.
Popmuziek
In 'Kogels in de kerk' gooit Dirk Zwart regelmatig een balletje op
over popmuziek. Popmuziek wordt terecht met een kritisch oog bekeken,
maar het doet me deugd dat Zwart het kind niet met het spreekwoordelijke
badwater weggooit, zoals Maarten 't Hart dat wel doet. Zwart heeft het
over ontdekkingen in "de gigantische berg pulp die popmuziek in
muzikaal opzicht is", wat me globaal een prima omschrijving lijkt.
De auteur noemt zelfs momenten uit zijn leven dat popmuziek hem behoorlijk
intrigeerde. Vooral als de muziek in harmonisch opzicht "klassieker"
was doordat de muzikanten een klassieke vorming hadden genoten. Als
voorbeelden noemt hij: The Nice/Emerson Lake and Palmer, Kayak, ELO
en Genesis. Volgens mij hebben echter alleen Keith Emerson (van The
Nice en Emerson Lake and Palmer) en Ton Scherpenzeel van Kayak zo'n
klassieke vorming. Ook via Wikipedia kon ik voor de andere genoemden
geen gegevens vinden over een klassieke opleiding.
Uiteindelijk produceert Dirk Zwart lijstjes met steeds vijf favorieten
op velerlei gebied. Ook vijf favoriete pop-/jazzsongs zijn daarbij.
Zijn belangstelling voor boeken over Herman Brood, Marianne Faithful
en Frank Zappa vind ik verrassend, maar in ieders bijt kunnen natuurlijk
vreemde eenden zitten. Het verschil tussen de belangstelling voor popmuziek
van deze recensent en de auteur van 'Kogels in de kerk' zit hem in het
feit dat het bij mij in belangrijke mate ook om de tekst gaat, terwijl
bij Zwart louter de muziek lijkt te tellen: "Ik hou van popsongs,
ongeacht waar de tekst over gaat".
Pardon, denk ik dan. Hoor ik dat goed? Natuurlijk, de muziek is uiterst
belangrijk voor iemand die gewoon is naar klassieke muziek te luisteren.
En vanuit muzikaal oogpunt deel ik Zwarts enthousiasme voor Sufjan Stevens.
Maar van een gewezen redacteur van een literair tijdschrift, een neerlandicus
die zo bezig is geweest met Achterberg, verwacht ik niet bepaald de
uitspraak: "ongeacht waar de tekst over gaat". Vanuit de tekst
gedacht zou Dirk Zwart moeten houden van het werk van Bob Dylan en Bruce
Cockburn, mensen met vaak geweldig gelaagde teksten; mensen ook, die
net als Achterberg een sterk religieuze invalshoek hebben. "Ongeacht
waar de tekst over gaat," echoot het nog na in mijn hoofd. Het
klinkt welhaast verbijsterend. Zwarts waardering voor Elton Johns 'Sorry
Seems to Be the Hardest Word' moet daarom ook wel louter aan de muziek
te danken zijn. Het is misschien goed voor de auteur om te weten, dat
Elton John, sowieso te theatraal is voor "woorden", om het
nog maar eens over tekst te hebben. Gelukkig vinden we elkaar in Sufjan
Stevens, die naast zijn muziek ook gewaardeerd wordt om de betekenis
van zijn teksten, die even menselijk als religieus gekleurd zijn.
Frank Zappa
Het boek eindigt met een interview, waarbij Dirk Zwart zichzelf onder
het pseudoniem A.E. Gortel allerlei vragen stelt (vergelijkbaar met
het nepinterview dat Gerard Reve indertijd opnam in 'Tien vrolijke verhalen').
Hierin komt alles aan bod waar de auteur zich mee bezighoudt of -hield.
Na jarenlang actief te zijn geweest als redacteur van het christelijk
literaire tijdschrift Bloknoot dat later met Woordwerk fuseerde
tot Liter houdt Zwart zich momenteel niet veel meer met literatuur
bezig. Hij wil nu onder andere over muziek gaan schrijven en dit boek
is daar het eerste resultaat van.
Verder gaat het "interview" over Dirk Zwart als componist
van kerkmuziek. Hierbij komen aan bod zijn persoonlijke ontwikkeling
als musicus, het telg zijn van de familie Zwart, evenals diverse onderwerpen
die al eerder in het boek onder de aandacht werden gebracht, zoals het
'Liedboek', 'Nederland Zingt' en 'Songs of Praise'. Ook ter sprake komen
de muzikale invloeden die hij heeft ondergaan. En dan gaat het dus wederom
om mensen als Huijbers, Oomen, Löwenthal, Schuurman en Howells.
Dirk Zwart vermoedt dat niemand ooit invloeden van Frank Zappa in
zijn muziek zal kunnen aanwijzen, terwijl hij diens muziek toch goed
meent te kennen. In dit rijtje wekt de al eerder genoemde Zappa (mocht
hij dus invloed gehad hebben) toch wel het meest mijn verbazing. Zou
het hier om de Zappa van de Mothers of Invention gaan "ongeacht
waar de tekst over gaat" of om de Zappa die een tijd lang
probeerde discipel van Edgar Varèse te zijn? Het blijft een vraag.
Hoe het ook zij, een eigen stem denkt Zwart als componist wel gevonden
te hebben, een feit dat ik niet tegenspreek, ook al ken ik eigenlijk
alleen zijn kerstoratorium 'Licht voor de wereld', een werk dat ik goed
kan waarderen.
|